Skip to main content

Rob Kemps, beter bekend als Snollebollekes, zou al jaren een groot geheim met zich meedragen. Dat stelt radiocolumnist Patrick Kicken.

Rob Kemps

Volgens Patrick zou Rob zich de laatste tijd ‘raar’ gedragen tegenover de media en dit gedrag heeft alles te maken met een geheim dat hij uit de pers probeert te houden. Hij zou namelijk helemaal niet de stem zijn van zijn Snollebollekes-act.

De stem van Snollebollekes is namelijk de bedenker van de act: Jurjen Gofers, oud-radiocollega van Patrick. Hij maakte voor carnaval in 2013 een plaat die een grote hit werd, maar waar hij niet zelf mee wilde optreden: Vrouwkes. “Er was zoveel vraag naar dat er een act omheen verzonnen moest worden”, legt Patrick uit.

Geheim

Toen werd er een grote fout gemaakt: “In plaats van dit gewoon eerlijk erbij te zeggen werd overal de suggestie gewekt dat Rob Kemps de stem op die platen van Snollebollekes is, de zanger van de act. Maar dat is hij helemaal niet.” Het geheim zou eerder al zijn uitgelekt aan Story, toen een bron tegen het blad zou hebben vertelt dat het niet Rob’s stem is in de nummers, maar die van Jurjen.

Rob reageerde destijds geprikkeld op die onthulling. “We weten toch ook allemaal dat als Marco Borsato ‘Je bent een droom die naast me ligt’ zingt, die tekst eigenlijk van John Ewbank is?”, zei hij in De Telegraaf. Toch gaf Rob niet ronduit toe dat er inderdaad jarenlang gelogen is over de Snollebollekes-act. “Wat maakt het het publiek nou uit wie het bedacht heeft? Alleen, als je het echt wil weten: de echte kracht achter Snollebollekes, de founding father, is natuurlijk Jurjen.”

Toegeven

Patrick vind dat Rob ‘in zo’n liveshow’ moet gaan zitten en toe moet geven dat het inderdaad niet zijn stem is. “Het zou hem sieren!” te gaan zitten en zeggen: ‘Ja mensen, het klopt, ik heb me jarenlang voorgedaan als iemand die ik niet was, nu ben ik de echte Rob Kemps en mag ik eindelijk mezelf zijn’. Scheelt een boel achterdocht en slapeloze nachten! Zoiets gaat aan je vreten natuurlijk.”

Bekijk hier de video

Bron: Mediacourant